Toe-sang.
Stem: O Zalig Heylig Bethlehem.
I.
't GEnooten goed eyst Dankbaarheyt,
Den Geever laat' em sulks behaagen,
Dus werd genaad en gonst bereyd,
Die sich getrouw en dankbaar draagen,
Getrou en Dankbaar is de mensch,
Die d' Hemel offert wil en werken,
Wiens hert, en ziel, en zin, en wensch,
Sulks ongeveynsd doet zien en merken.
Sulk een voleyndigd best het Jaar,
En wacht in 't nieuwe nieuwen zeegen,
God heeft en geeft sulks wis en waar,
Op hem, gelijk een soeten reegen.
Hoewel of niet in 't aardsche goed,
Dat vluchtigh is, en moet verderven,
Soo daalt yet beeters, die 't gemoed,
Bevrijd voor eeuwig quaad en sterven.
Best is dan datmen doet voor 't slot,
Dat God op 't beste kan behaagen,
Getrou en Dankbaar aan sijn God,
Baard zeegen, en bevrijd voor plaagen.
Arent van den Bosch, tot Embden.