Sang-vaarsen, op de selfde stof.
Stemme: Te May als de Vogels singen. &c.
1.
O Liefde, die van boven daald:
die 's menschen ommegang bepaald:
En steld sijn doen, een reegel:
En yeder daadt, een seek're maat:
Een vaste-peyl, en peegel.
Besit mijn hart, mijn ingewand,
Regeerd mijn ziele, en verstand.
Bestuurd mijn gang, na booven.
Weest gy, in mijn een daadt, en schijn:
Om God, door u te looven.
Want, sonder u, bestaat geen Deugd.
En buyten u, is rust, noch vreugd,
Noch vroolijkheyt, op aarden.
Maar, wie u heeft: en 't alles geeft:
Sal 't alles weêr an-vaarden.
Om, dat gy 't hoogste goed be-oogd.
En na de waare-wellust poogd:
En tracht, en weet te vinden:
In d'eygen eer, van d'Opper-heer:
Om wien, gy, 't al beminden.
Gy zijt een Goddelijke-kracht:
Die 's menschen wil, gemoed, en macht,
Weet werkelijk te maken:
In 't geen hy doet: om 't ware goed,
(Als 't eenig-Wit) te raken.
Gy word noyt (waar gy zijt) gedoofd.
Wie u besit, hoopt, en geloofd,
Vertrouwd, verwacht, Gods goedheyt.
Wie na u haakt; een proefd, en smaakt
Uw' eyndeloose Soetheyt.
Gal. 5.22. De vrucht des Geestes is Liefde.
Psal. 4.5. Eph. 4, 26. Word toornig, ende en sondigd niet.
Jacob Steen-dam.
Noch vaster.