Skip to content
1663

Parnassus aan 't IJ

Jan Zoet

Aan P. Verhoek,

Op de XIV. Vraag.

ZInrijke Geest Verhoek, Uw breyn verstrekt een boek, Wijl ghy van lid tot lid, de snoode Gierigheyd, Daar Weeuw en Wees om schreyt, Zoo konstig hebt ontleedt, Dat elk, nu daar door weet, Wat groove zonden dit afgrijslik Monster voedt, Dat niemand voordeel doet, En't alles kan verslinden. Laat my dit kransje binden Aan uw gestelde Luyt, op hoop, dat zy, daar door, Te eer weerom, aan 't Y, mag streelen ons gehoor.

Jan Zoet Amsterdammer.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.