Skip to content
1663

Parnassus aan 't IJ

Jan Zoet

Zang.

WIe vol van nijd, ondeugdig voor Gods oogh Op d'aard verwerpt, de schat van 't salig leeven, Voor eygen eer, en roem: raakt noyt soo hoogh: Ten zy, hy 't hart die hoogmoed heeft ontdreeven. Hy, die elk haat: en 't haaten poogd t' ontgaan: Benijd de deugd; en maakt de nijd sich eygen. En soekt de twist, en tweedracht an te raân: Door laster-schrift, waar mee hy schijnd te dreygen. Maar 't zy hoe't zy: sijn vuyle hoogmoed woeld: En wil steeds meer als and're menschen schijnen. Hy, die sich roemd, dat hy geen lijding voeld: Pynd sijn gemoed. Hy kan geen ander pijnen. Sijn Hoovaardy (meest op gewaande konst) Is groot: hy wil dat yeder hem sal prijsen. Ver-acht hy elk: hy eyscht nochtans haar gonst. En Pocht: dat men geen feyl hem an kan wijsen. Die grootse-Nar, hoe av'rechts dat hy gaat, Bespot Godts Werk, in 't geen hy licht kan krijgen: Ook door een vlieg': voor d' eersten dageraad. Men keurd' hem wijs, indien hy maar kon swijgen, Daarom, hoe't loopt, of hy en scheld en vloekt; Die sich an haar Verloove wil, moet treuren: Mits and're hem te booven gaan. Al soekt Hy haar, die hier Noch vaster staan, te steuren.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Parnassus aan 't IJ · Jan Zoet · Poetry Cove