Skip to content
1663

Parnassus aan 't IJ

Jan Zoet

Antwoord.

DEn grooten Sixtus Soon, een Leyd-star der Poëten, Bemind de Zoete Rust, en nogtans 't zunrste zuur, (Dat 's on-rust, haat, en nijd) bestormt sijn wal, en muur. De nijd, die heeft, van ouds, de waare deugd verbeeten.

Ghy hebt dan dubb'le reên, ô Zoet! om dit te vraagen, Dewijl dat ramp, en 't kruys drijft aan u Meulen-hos: Hier krijgt het vroom geduld, een ongemeene stof, Om 't alder-hoogste Lot, met wijsheyd, naa te jaagen.

Ghy steld met deeze Vraag, twee Vraagen ons voor oogen, Die nochtans eene zin in zich behelzen; Want, Wie 't hoogste Lot verkrijgt, staat in dien goeden standt, Dat hy in vrientschap leeft, van 't goddelijk vermoogèn.

Tot deeze zaal'ge standt, geraakt hy die zich selven. In God gelaaten steld, zoo dat hy ernstig zeyd U wil geschiede Heer, in alle eeuwigheyd. Gods vriendschap zal dien Man met zeegen over-welven.

Die zich gelaaten steld, verzaakt sijn aardsche zinne, En wie zich zelfs verzaakt; weêr-streeft noyt Gods geboôn, Dit is dan 't volk, waar van sijn wel-beminde Zoon Mat. 12.50. Zey: deeze zijn alleen mijn vrienden, die 'k beminne.

't Gelaaten hart, dat schept een wonder goed genoegen, In voorspoed niet alleen; maar zelfs in druk, en pijn, In reegen, wind, en vorst, in Zonn'-en-Maane-schijn. Een waar gelaaten mensch, kan 't all' ten besten voegen.

Heeft niet de waare Vorst des Leevens, dus sijn weegen (Ons tot een voor-beeld, met een gansch gelaaten hert) Betreên, tot dat hy van sijn God ver-heerlijkt werdt. Dus word de vriendschap Gods, en 't hoogste Lot verkreegen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.