Antwoord.
WIe zeegen wil van God verwagten, mijd het quaat,
Trekt uyt, met 't oude Jaar, het drek-kleed sijner sonden,
En pronkt sijn ziele op, met Gods-vrugt, deugds-gewaat,
Op dat hy reyn verschijnt, en zuyver word bevonden.
Heb afkeer van het quaad, benaarstig 't goed ter deeg,
Soo sluytmen 't Jaare-hek, met hoop van heyl en zeeg,
Lieft Stantvastigh.