Skip to content
1663

Parnassus aan 't IJ

Jan Zoet

Zang-dicht.

I. WIe dus, in alle dingh, Sijn pligten kan betragten, Heeft in dees eenigingh Niet dan veel heyls te wagten. Hy voedt sigh, staagh met 't nat, De dropp'len van Gods zeegen, Bedauwt, besproeyt, bespat, Ten top van vreugt gesteegen. Wie zigh tot goet begeeft, En na de deugt kan voegen, En altoos heylig leeft, Kan God en mens vernoegen.

Lieft standtvastigh.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Parnassus aan 't IJ · Jan Zoet · Poetry Cove