Skip to content
1663

Parnassus aan 't IJ

Jan Zoet

Drie-vers zig-liedt, op 't zelve voorwerp.

Stemme: Laura zat laast by de Beeck.

1. KOn het domme Heydendom Deze Gulden-spreuck beminnen:

Kent u zelven; wel! waarom Zou een Christen-ziel, van binnen, Niet verheugt zijn, met de zinnen, Over 't middel dat ons leert God, en eygen nietheyd kennen; Laat armoed' haar waagen mennen, 't Nutste nut, door 't kruys, vermeert.

2. Hebr. 12.6. God kastijd die hy bemind Met armoede, kruys, en lijden; Yder zoon die dit bezind, Denckt: naa lijden komt verblijden; Daar moet hier, in deeze tijden,Neemt hier tijden voor Jaren, ziet Dan. 4. Of hier namaals zijn geweent, Beter dan in 't sterflijck leeven; Wat kan weeld' in voorspoed' geven, Minder nut dan meenig meent.

3. Waar Rijckdom, in voorspoed, groeyd', ('t Zy door winst of zweetig slaaven) Matth. 6.21. Leyt de ziel (als vast geboeyd) In die aardtschen schat begraaven. 't Kruys baard namaals nutter gaaven; Dogh, wat nut is 't kruys voor die 't Draagen aan een gouden keeten, 't Is (schoon of zy 't niet en weeten) Water-veruw, en anders niet.

Elk speelt zijn Rol.

Karel Ver Loove.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Parnassus aan 't IJ · Jan Zoet · Poetry Cove