Antwoord.
SChoon dat mijn Muza komt nu d'Eer-krans is begeeven: De Lust, de Rijm-lust is 't, die haar heeft aangedreeven. Verschoon haar dan, ô Zoet! dat zy de Reeden-maagd Dit verz uyt liefde schenckt; wijl dat ghy hebt gevraagd: Wat zaak ons dienstig zy, om Zoete-rust t'aanvaarden. Geen Rust alleen hier naa, maar zelfs hier op der aarden. Hier in deez' Woeste-zee, hier in ons Aardtsche huys, Hier in dit sterff'lijk vleys, jaa zelf, in Ramp, en Kruys. Indien den Armen mensch zijn Ziel-rust reght beminde Ja: zoo hy 't ernstig zogt gewis hy zoud 'et vinde:
Want wie hier zoekt die vind: heeft niet dat heylig-vat,Math. 7.7. Dien grooten yveraar, in druk zelfs vreugt gehadt?Rom. 5.3. Zoo is dan wis, en waar als dat men kan verderven 't On-rustig Monster-dier, en Zoete-rust verwerven. Wild ghy nog naader gaan? Beziet Mattheus Elf,Math. 11.29. Daar spreekt ons Middelaar, daar zeyd de waarheyd zelf: Kom, wild zagtmoedigheyd, en oodmoed van my leeren, Zoo zult ghy waare Rust (jaa zelfs naa u begeeren)Ier. 6.16. Bevinden voor u ziel. ô Gulden daageraadt! Daar alle on-rust voor verdwijnd, en ondergaat: Want waar die zuyv're Zon van ootmoed komt te schijnen, Moet, door zagtmoedigheyd, de duysternis verdwijnen. De zwarte Nagt-gordijn schuyft weg, en groote rond Vertoond een helder blaauw: dus wie zoo staat gegrond, Kan d'onrust als tot stof vermorz'len en verpletten, En met den vroomen Job zijn schaê ter zijden zetten; Vermidts hy zeyd: God gaf, God nam het zelfde weer,Hiob. 1.21. 't Is al zijn stercke hand: gelooft zy d'Opper-heer Die dit (zelfs tot mijn heyl) heeft naa zijn raad beschooren; Want dit is zeekerlijk: ik was dogh naakt gebooren En naakt zoo zal ick weer neer-daalen in het graf: Al wat den grooten God hem ooyd tot zeegen gaf 't Zy goed, of bloed, of eer, hy agt'et slegs maar leen-goed, 't Geen hy een wijl bezit: vermidts het dogh weer heen, moet Gelijk het eertijds quam. Alwaart 't dat al 't gebouw Des werrelds needer viel, hy zeyd: mijn God ik houw U tot mijn vastigheyd, en agt al 't ander schaade,Phil. 37.2. Ja! enkel drek en stank. Dus drukt hy door genaade De geest zijns heeren uit, ja; die zagtmoed'ge geest Die by Gods heylig volk is ooyd, en ooyd geweest. Derhalven werd by ons een vast besluyt genoomen, Dat dit het middel is om tot de Rust te koomen: Want waar 't zagtmoedig hart in liefde blijft bereyd, Verkrijgtmen waare Rust, hier, en in Eeuwigheyd.
Cookies on Poetry Cove