Aan Van der Laan.
Op de XIII. Vraag.
HIer staat de Hoovaardy van al'er pracht ontbloot,
Bezoetelt en besmet met d'allervuylste zonden,
Het yslik lichaam stinkt van etterige wonden,
Omringt van Monsters, en van Duyvel, Hel en dood.
Dank heb dan Van der Laan, die dit afgrijslik Beest,
Tot schrik, heeft afgemaalt, door sijn doorluchte Geest.
Jan Zoet Amsterdammer.