Skip to content
1663

Parnassus aan 't IJ

Jan Zoet

Antwoort.

't IS best, de eerste brand, des toorens te ontvliede, Door waan te vlug ontfonkt, want 't bloed geraakt aan 't siede, Drijft heete dampen op naar booven in het hoofd, Daar sy het malend' breyn van reed'likheyd beroofd. Met een onreed'lik mensch, en is geen raad te plegen: Want hy is niet bequaam om yetwes t' overwegen. Al blijkt de onschuld klaar, daar helpt geen seggen aan, De haat, door waan, is Voogd, so waant t'onschuld, verraân.

Wilt gy op staande voet, de haat, door reên verkragte? 't Is nut, het lighaam heeft een mes, of stok te wagte. Best; houd u aan een kant, beveelt' et aan de tijt, En toond, door tusschenspraak, dat gy onschuldig zijt, Of kan de tusschenspraak, of tijd, de haat niet dempe? Wagt u, op Ouderen te smalen of te schempe, Maar buyg u neêr voor God ootmoedig op uw kniên, En bid hem, 't is sijn wil, dat het togh mag geschiên. Dat hy u weêr versoen met d'Ouders in dit leven, Soo niet, dat hy'er wil het mis-verstand vergeven. Dat hy haar blintheyd niet met meerder blintheyd slaâ, Maar dat hy haar bestraal, met zegen en genaâ. Schoon dat de haat op u soo fel gelijk de Hel,, brand, Gy hebt u pligt voldaan tot ziel en lichaams wel-stand.

F. Verloo.

Constantia in Foelix.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Parnassus aan 't IJ · Jan Zoet · Poetry Cove