Aan Dirck Zoutman.
Op de Vraag: Waar word de wijste Man, &c.
NAm tuos, u koomt d'opper prijs;
Wijl uw gezoute reeden,
Den weg ons koomt ontleeden,
Waar in, waar door, op welck een wijs,
De wijste Man van allen,
Te blind begon te mallen,
En van het pad der zaligheid,
Al speelende, zich vond verleid.