Skip to content
1663

Parnassus aan 't IJ

Jan Zoet

Antwoord.

DE Rust, is arbeyds eygen loon: Meer, als een diamante-kroon, Van d'alder-grootste Koning: Schoon hy met macht, en met geweldt, Sijn zeetel, op de wolken steld: En vest op bloed, sijn woning.

Schoon hem, al wat hy doet, gelukt: Schoon hy, volkomen onder-drukt, Die hem, vyanden schijnen. Schoon yder hem, in 't wreeken, Roemd: En sijn persoon, geheyligd noemd: 't Sal alles licht verdwijnen,

Wanneer de on-rust 't harte treft. En hy, in sijn gemoed beseft, Een hooger-magt, van boven: Die hem tot Harder: niet tot Beer, Of Wolf, gesteld heeft: maar tot eer Sijns naams, die hy moet looven.

De vreez' die d'onrust, in 't gemoed, Op vette-weyde queekt, en voed, Sal hem 't vermaak beletten: (Schoon, 't alles t' sitterd voor sijn woord) Als hy maar eens bedenkt, of hoordDeuter. 17: vers. 16, 17, 18, 19, 20. De Goddeijke Wetten.

Wie dan, in d'alder Soetste Rust Begeerd te zijn; die heb een lust, Om God, op-recht te eeren. Die yver, na een suyv're ziel: Die sta, schoon al de weereld viel. Die ga in 't pad des Heeren.

Die hou sijn harte onbesmet. Die zy gedurig, in't gebedt. Die soek van God, genade. Math: 6:33. Die poogh, na Gods gerechtigheyt. Die volg, waar dat hem Christus leyd. Psa: 34:15. Die wijk, en vlie het quade.

Die neem sijn gangen, wel in acht. Die steunt niet op een Aardsche-macht. Die wil, dat God sal willen. Die stel sijn hoop, in Christus, vast. Die werp op hem, sijn sorgh, en last. So sal hy d'on-rust stillen.

Die Tracht niet, na een hogen staat. Die haat de snode eygen-baat. Die wensch na liefd, en vreede. Die sterk 't Geloof, met ware-boet: So sal hy Rust, in sijn gemoed Genieten, hier beneeden.

Die kom tot Christus, (als vermoeyd, Belast, beladen, en geboeyd:) Hy, sal hem 't eeuwig-leeven, De Saligheyt, an Ziel, en Lijf, Den Heemel (tot een vast verblijf, En Soete-Rust-Plaats) geeven.

Matth: 11:28: Komt herwarts tot my, alle die vermoeyt ende belast zijt, ende ick sal u ruste geeven.

Jer: 6:16: Vraaga na de oude paden, waar doch de goede wech zy, ende wandeld daar in, so sult gy ruste vinden, voor uwe ziele. Jacob Steendam. Noch vaster.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Parnassus aan 't IJ · Jan Zoet · Poetry Cove