Skip to content
1663

Parnassus aan 't IJ

Jan Zoet

Antwoord.

Genes. 2.18. DE Vrouw is eerst, den Man hier, tot een hulp gegeven; Een lust der oogen: een Vriendinne in sijn Jeugd: Prov. 12.4. Een zoet geselschap: een vermaak: een kroon: een vreugd Gen. 2.8, 9, 10. In Edens weelde: in den Lust-hof van haer leven. Gen. 3.4, 5, 6. Maar, zijnde door den raad des Duyvels, an-gedreven, Heeft sy de man verleyd: doen wijken van de deugd, Genes. 3.23. En van 't geluck: dat haar ten vollen heeft verheugd. Gen. 3.16, 17, 18.Soo blijft, en Vrouw, en Man de straffe voor geschreven: So word de hulp des mans, hem, dickwijls tot een last: Wanneer hy op sijn plicht, en waardigheydt, niet past, Judi. 14.17. So is de Sterkste Held in Israël, gevallen: Judi. 16, 17. Gerukt van 't spoor der reên: door al t' onmatig mallen, So is de Wijste, in sijn wijsheydt, self verrast. 1 Reg. 11.4. An dese lekkerny, heeft meenig sich verbrast.

Maar, of ook 't quaadste wijf, met vuur, en vlam te braken: Met bitterheydt, en hoon, bespotting, en geweld: Met listigheydts-bedroch (door Tranen toe-gesteld) De macht heeft (vraagd men) om een goed man, boos te maken? De Deugd kan noyt sich selfs verbergen, noch versaken:Job. 2.10. Hoe seer die van haer word bevochten, en gequeld. Hy staat in 't perck, en blijft standvastig, als een held: En sal (al schijnt het niet) daar van de vruchten smaken;Job. 42.10. Om dat sijn goedheydt, in geen yd'le-waan bestaat, Die op de Toets verdwijnd maar uyt een God'lijk zaadt, Dat onvergank'lijk groeyd, en hem 't gemoed kan sterken.1. Peter. 1.23, 25. Hy die onfeylbaar is, mist nimmer in sijn werken. Wie struykeld, is daarom niet zin'loos, boos, of quaadt,Jac. 3.2. Psal. 111.10. Prov. 14.27. Mits hy de bron der deugd, en vroomheyt, niet verlaat.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Parnassus aan 't IJ · Jan Zoet · Poetry Cove