De beschuldigde Onschuld. Spreekt of zingt deeze naa-volgende verzen.
Stemme: Meer Aard als Goud, &c.
1. AG! Heemel ag! ghy Goddelijk vermoogen, U is de zaak alleen te regt bekend, Hoe ik van dag, tot dag, (met ernstig poogen) Oprechtiglijk mijn vlijt heb aangewend, Gelijk een kind, dat vreed', en vriendschap mind, Maar dogh: de waan, de goddelooze waan, Had in mijn vriend, haar zeetel zoo gevest, Dat vree, en vriendschap geenzins kon bestaan, Waar Waan-zugt heerscht, daar heerscht de Eendragts Pest. Nochtans de hoop, die heeft my opgehouwen, Van jaar tot jaar, zoo dat ik tijd'lijk zie, Hoe door 't verloop, des tijds ik kom t'aanschouwen Een Wreevel-geest der ongerustheyd, die Beswangert gaat, vermidts dat godd'looz' zaadt In 't harte schuyldt, en tak, en wortel schiet. Zoo dat'et qwaad zich niet verbergen kan, Maar als een zee van haat, en nijd uytgiet. Wie boosheyd zaayd, ontfangt'er vruchten van. Zoo wie in 't hart, dan waan-zugt, meer en meer,, voedt, Maakt dat nogh rust, nogh vreed', noch vriendschap blijft; Wijl het sijn smart, (door 't minste stootje) zeer,, doet. Wat Raad mijn God, verleen geduld, en stijst,
En sterkt mijn kracht, op (dat door helsche magt Des Lasterings, of bitze Raazerny) Mijn waarde ziel (die dogh onschuldig leeft, In deeze zaak) nogh ramp nogh schip-breuk ly, Maar! wee hem, die de vree dus weeder-streeft. Ghy weet dogh Heer, hoe dat ik heb met traanen Mijn vriend gebeen, genood, gesmeekt, gevleyd, (U zy de eer,) ik zogt hem aan te maanen Tot waare vreed': maar dogh mijn arrebeyd Vloog (zonder vrugt,) als ydel in de Lugt, Nogtans mijn ziel (die dogh geen hooger schat Bemind dan vreed') verdroeg die smart, en pijn, 't Is waar, 't geduld wierd somtijds af-gemat. 't Is Koninklijk, 't gemoed, een Heer te zijn.Prov. 16.32. Niet dat uw Knecht, voor u leeft zonder zonden, Of sonder schuld, ô Neen! mijn Middelaar, Nochtans mijn Regt, zal noyt door my geschonden Zijn, om een vreed, en vriendschap, die dogh maar Als Riet, en Lis, Jaa! tien-maal brosser is. Vergeef ô Heer: mijn vriend sijn blinde drift, Ik min hem, schoon hy deeze dwaas heydt doedt, Dat hy de vreed, en vriendschap, scheyd, en schist. Waar Liefde blijft, blijft vreede in 't gemoedt.
Elk speelt zijn Rol.
Karel Ver Loove.
Cookies on Poetry Cove