Skip to content
1663

Parnassus aan 't IJ

Jan Zoet

Gesang, op 't voorgaende.

Stemme: O Heer, aensiet doch, &c.

O Heer! Wijst ons dog meer en meer Ons kruys te dragen, Na u behagen, In armoed', druck en pijn, Leert ons geduldig zijn, In onse dagen.

O God! Geeft dat wy u Gebodt En Wetten houwen, Op u Woort bouwen, In armoed', angst, en noodt En alle tegen-stoot, Op u vertrouwen.

O Heer! Verhoort doch ons begeer, Reynigt ons klaerlijck, Van sonden swaerlijck; Verdrijft der zielen last, Geeft dat ons niet verrast De doodt vervaerlijck. O Godt! Die wil dat wy ons tot U weder keeren, En ons verneêren, Geeft dat wy onse kruys, Dat yder heeft in huys, Wel dragen leeren.

O Heer! Geeft dat wy, na u leer, De weelde mijden, In onse tijden, Op dat weeld' in voorspoed', Niet wende ons gemoed', Of breng in lijden.

O Godt! Ick bid u tot een slot, Leert mijn wel dragen Mijn kruys en plagen, Op dat ick namaals mach, In mijnen jongsten dach, U wel behagen.

Leeft Vrolik.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.