Antwoord.
Stemme: Ach! Schoonste Nimph, aanziet een, &c.
WAt my, van 't best en 't ontelbaarst' op Aarde, Kan komen in 't gedacht, En dat het minst gehouden wordt van waarde By 't Menschelik geslacht, Is, hou ik vast, des Heeren milden zegen, Die door de gansche werelt wordt Zeer overvloedig neêrgestort, Gelijk een Regen.
De zegen Godts doet alle planten bloejen; Bouwt Steden, Kerk en Hof. He zegen Godts doet alle spruiten groejen; Deft Princen uit het stof, En komtze weêr in haren zetel veste. Godts zegen 't all' in al bevat; Daarom wordt zy, van my, geschat Het allerbeste.
De zegen Godts is met geen tal te noemen; Sy is in alle ding; In Menschen, Vee, in Kruiden, Gras, en Bloemen; Aanzienlik of gering: Sy is in 't grootst', in 't kleinst', in 't lichtst', in 't zwaarste; In d'Aarde, Lucht, en in de Zee: Herhalven houden wy haar meê Det ontelbaarste.
Dat nu dit best' en 't ontelbaarst der dingen Het minste wordt geacht, Kan u heel licht en klaar mijn Muza zingen: Schoon iemant hier met kracht,
Wou tegen woên, vol yvrend' onverstanden; Wat reedlik Mensch is niet bewust, Hoe yder een gestadig kust Sijn eigen handen.
Den Stee-man roemt zijn loopen en zijn draven, En zijn voorzichtigheit; Den Landt-man prijst zijn zweeten en zijn slaven; Den Krijgs-man zijn beleidt; Den Koning zal op zijne machten bouwen: Maar niemant zal op deze Rots; Het best' en 't meest'; de zegen Godts, Te recht betrouwen.
A. Leeuw.
Cookies on Poetry Cove