Antwoord.
Toon: Edel aartisten koen, &c.
HEt beste op deze aard,
En 't ontelbaarst van allen,
Dat by de mensche onwaard
Geacht word, door haar mallen,
Dat is Gods grooten zeegen,
Sijn genaad wijt verspreidt,
Daar toe dien gulden zeegen
Van zijn Barmhertigheid.
Hoe zal mijn ziel dan zijn
In vrolikheid verheeven,
Als ik mijn schuld, met pijn
Moet, schuldig, aan u geeven.
Doch uw groote genade,
En uw Barmhartigheid,
Kan my met vreugd verzade,
Tot rust en zaligheid.
ô Gode! geeft my dan,
Dat ik mag vrolik weezen;
Want uwe Naam en Van,
Word over al gepreezen,
Door Rijkken, Land en Steeden
Gelijk uw woord verbreid,
Ziet men genadigheeden,
Daar toe Barmhartigheid.
Koomt harte queelt een lied,
En wilt uw God lof zingen;
Op dat de weereld niet
Uw kan in onmagt bringen.
Uw God is vroeg en spaade
By u tot zaligheid.
Te doen aan u genaade,
En zijn Barmhartigheid.
Tewis Dircxsz. Blok.