Skip to content
1663

Parnassus aan 't IJ

Jan Zoet

Antwoord.

Toon: Edel aartisten koen, &c.

HEt beste op deze aard, En 't ontelbaarst van allen, Dat by de mensche onwaard Geacht word, door haar mallen, Dat is Gods grooten zeegen, Sijn genaad wijt verspreidt, Daar toe dien gulden zeegen Van zijn Barmhertigheid.

Hoe zal mijn ziel dan zijn In vrolikheid verheeven, Als ik mijn schuld, met pijn Moet, schuldig, aan u geeven. Doch uw groote genade, En uw Barmhartigheid, Kan my met vreugd verzade, Tot rust en zaligheid.

ô Gode! geeft my dan, Dat ik mag vrolik weezen; Want uwe Naam en Van, Word over al gepreezen, Door Rijkken, Land en Steeden Gelijk uw woord verbreid, Ziet men genadigheeden, Daar toe Barmhartigheid.

Koomt harte queelt een lied, En wilt uw God lof zingen; Op dat de weereld niet Uw kan in onmagt bringen. Uw God is vroeg en spaade By u tot zaligheid. Te doen aan u genaade, En zijn Barmhartigheid.

Tewis Dircxsz. Blok.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Parnassus aan 't IJ · Jan Zoet · Poetry Cove