Skip to content
1663

Parnassus aan 't IJ

Jan Zoet

Antwoord.

ZO iemants lot zo leit, dat hy, door Echte Trouw, Verknocht is aan een booz' onhebbelicke Vrouw; Die Man, wil hy sijn Recht en Achtbaarheidt bewaren, Terwijl zy tegen hem in gramschap uit durft varen, Zal niet doen als Assueer' aan Vasti heeft gedaan;Ester. 1.21. Noch met geen Scheidt-brief haar, naar Mozes Wet, doen gaan:Deut. 24.1. Die Wet des ouden tijdts is hier te landt verbroken. De Mondt der Waarheit heeft daar anders van gesproken.Manh. 5.32. Hoe dan, zal hy haar slaan? geensins. Weerschelden? neen. Stil zwijgen dan? ook niet. Hy zal na recht en reên, Zien dat hy haar met pit van redenen ter neêr,, stelt. Die Man bewaart sijn Recht, die 't scheldende Wijf niet weêr,, schelt.

Toen Job in al sijn ramp noch dankte sijnen Godt,Job. 2.9, 10. En van sijn Huisvrouw wierdt gelastert, en bespot, Hy voer niet weder uit, met opgetooge zinnen; Maar zeide slechs: gy spreekt als eene der zottinnen. Toen David, voor Godts Ark, gedanst hadt langs de straat,2 Sam. 6.20, 21, 22. En dat hem Michal scholdt en lasterd' om die daadt, Daar staat niet, dat hy met twist-woorden heeft gestreeden, Maar dat hy tot haar sprak met wel-gegronde reden. Derhalven, als een Man werd van sijn Vrouw gewraakt, Die let, dat hy met haar niet meê aan't schelden raakt, Maar met bescheidenheidt zich self haar tot een Heer,, stelt. Die Man bewaart sijn Recht, die 't scheldendt Wijf niet weêr,, schelt.

Want leit hy toe, met haar te twisten of te slaan, Zo is het met zyn recht en achtbaarheit gedaan: Men zal hem langs den weg beschimpen en begekken. Hy zal, waar dat hy gaat, zyn schand niet kunnen dekken. Gen. 3.16. 't Recht dat hy op haar heeft, naar wil van Godes wet, Heeft hy met handt en mondt verbroken en verplet. Genes. 2. 18. Sijn Mann'lik achtbaarheit hem door de trouw gegeven, Werdt hem van yder een als tot een spot beschreven. Daarom, als iemants Vrouw tot kijven is gesint, En dat die Man sijn recht en achtbaarheidt bemint, Genes. 3.16. 1 Cor. 14, 34. Ephes. 5.22. Hy zie dat hy haar 't Woordt des Heeren, tot een leer,, stelt. Die Man bewaart sijn Recht, die 't scheldendt Wijf niet weêr, schelt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.