Aan Jakob Steendam,
Op de V. Vraag.
ZAngrijke Worstelaar, wijl ghy het Manlik Recht
Zo heerlik hebt bescharmt met uw doorluchte Veeder,
Dat elck u prijzen moet, en eer-by eer-krans vlecht,
Zo buigt mijn Muza zich ook voor uw voeten needer,
En offert danckbaarlik deez' slechte Letter-kroon,
Aan uw doorlettert brein, verstaalt voor smaad en laster:
Ontfang 'er waarde Vriend, als uw verdiende loon,
En maak de Dicht-konst, aan het Scheep-rijk Y, noch vaster.
Jan Zoet Amsterdammer.