Aan K. Ver Loove.
Op de IX. Vraag.
VEr Loove, waarde Vriend, uw Geest zoo vroom als wijs,
Won boven Bruno, 't puyk der Hoorensze Poëten,
En, in den Haag, vermaard, door vloeyend rijm, den prijs,
Hoewel de zorg te schaars u d'uuren toe komt meeten;
Nochtans uw yver dringt door al die damppen heen,
Des zult ghy den Parnas, met uw gevlerkte voeten,
In spijt van haat en nijd, al zingende betreên,
En God Apollo, met uw goude verzen, groeten.
Jan Zoet Amsterdammer.