Sang-vaarsen, op de selfde stof.
Stemme: Doen het Orpheus bruyloft was &c.
Of: Sylvester in de morgen-stond.
1. DE Vriendschap van een trouwen-Vriend, Is beeter dan de schatten, Daar sich de wulpse mensch mee diend: Om zylings uyt te spatten. Sy toond, in d'alderhoogste nood, Haar meeste-glans, en luyster. Sy leefd, in 't midden van de doodt. Sy geeft haar licht in 't duyster. Sy sal noyt Vriend verlaten, Schoon hem de Hel bevecht: Ja al de haters haten. De Vriendschap blijft oprecht. Als men u Blossius gedenkt,Val. Max. lib. 4. cap. 7. Dit blijkt in al u spreeken; Had Grachchus u maar toe gewenkt, Den Tempel an te steeken, Gy had (uyt vriendschap) dit gedaan: Om, dat gy niet soud schijnen, Sijn Vriendschap, na de doodt, te smaân. Ten koste, van veel pijnen. Wast voorwerp by u deugdig, In dat bedrijf, geweest, U daadt bleef altijd jeugdig: Ten voordeeld, die het leest. O Reginus: ô Volumny: Wie sal u twee nastappen? Die om een Vriend, de Raser-ry, Laat op u herssens trappen.
En gy Terentius, gy poogd U selven uyt te geeven Voor Brutus: waar gy in be-oogd, U dood: en Brutus leeven. Cicer. van de Osie. lib. 3. cap. 5. O Damon, hoe waarachtig Blinkt deese deugd in 't hart? O Pythia, hoe krachtig Verwind gy alle smart. Maar, gy ô trouwen Jonathan, Gy sult haar overtreffen. U Vriendschap, sal een dapper man Soo hoog in Top verheffen, 2. Sam. 1.26. Dat sy de Liefde van een Vrou, In soetheyt gaat te booven: Gy blijft hem (om sijn deugd) getrou: Dies zijt gy meer te looven. Gy vreest noch Vaderstooren: Noch Vrienden haat, en smaadt; Gy geeft u stand verlooren: Tot bouwing van sijn staat. Wie soo een Vriend gevonden heeft, Die hou hem vry in waarden: Die denk, dat hem d'Al-geever geeft, Een groot geschenk: op aarden: Dat hy, hier niet mis-hand'len mach, Na lust, en wel-gevallen. De Vriendschap, die op Reedeu sach, Was oyt de best' van allen. Maar soose komt te wijken, Uyt dit geheyligd' spoor: Sy doet haar valscheyt blijken, Dies geeft haar geen gehoor. Jacob Steen-dam. Noch vaster.
Cookies on Poetry Cove