Sang, op den selfden sin.
Stemme: Gelukkig is den mensch, die sich, &c.
I.
EEn Man, die 't acht gewin,
Sich, na Gods-wil te voegen,
Sal God, en sijn gesin,
(In Christi naam) vernoegen:
Als hy God-vruchtig leefd:
God, en den Keyser, geeft
Dat elk te eyschen heeft.
De vreese Gods voor al
Te hebben: en te leeren.
Voorsichtig, in dit dal
Der tranen, te verkeeren.
Sijn Huysvrouw (als een Kroon)
Sijn zaadt, des huw'lijks loon,
Te leyden: tot Gods Troon.
Gelukkig is het huys,
Bestuurd, door dien Huys-vader:
In voor-spoed, en in 't kruys,
't Rust op hem, alle-gader.
Hy sorgt voor ziel, en lijf,
Van Dienst-boôn, Kind, en Wijf.
En dempt haar vuyl gekijf.
Deut 16.20. Gerechtigheyt, Gerechtigheyt, sult gyna-jagen, op dat gy leefd. 1. Ioan. 5.4. Want al wat uyt God gebooren is, overwind de wereld, ende dit is de overwinninge die de wereld overwind, (namelijk) onse Geloove.
Jacob Steen-dam.
Noch vaster.