Skip to content
1663

Parnassus aan 't IJ

Jan Zoet

Antwoord.

EEn altoos twist-siek Wijf vergt ymants goetheit veel, Was magtig, hem by kans van 't pligt-spoor te doen dwalen, Soo hy door reden niet zijn imborst kon bepalen, En schuwen, als de pest, het onderling krakeel. De deugt laat hem niet toe, te twisten met zijn deel. Geen boosheit, watse doet, kan soo veel roems behalen, Van op soo'n deugtber hert eens trots te zegepralen. Opregtheit is de ziel een al te braav juweel,

Om die soo los, en ligt aan d' on deugt op te veilen. De dulheidt die behaalt geen zeege op een goed, Gewortelt, wikkeloos in 't diepste van 't gemoed. 't Is met een ranke kiel een klip aan twee te seilen. Een Vrou, hoe heet op twist, al scheense self verwoet, Nooit goet nog opregt Man van aart verwiss'len doet.

Stijf staat hy als een rots, voor 't buld'ren van de zee. Der Vrouwen raserny geen voordeel uit kan regten, Schoon sy staag bits en bars koomt het gedult bevegten: Min is hem 't leven waerd, dan innerlijke vreê; 't Eerst koos hy, moet hy wis een missen van die twee: Kan ick, uws oordeels, dit niet aan de waarheit hegten; Wiert Socrates gelooft; hy mogt de twist beslegten, My was hy, soo zijn tong niet met zijn voorbeelt stree,

Dien Heer stiet nimmer sigh aan bitse laster-woorden. Dus wort noit ware deugt tot ondeugt op-geruit. Geen drai-boom, op den weg, een moedig ren-paart stuit. Eer zietmen, dat de Son in 't kou en kille Noorden, Dan in het zoele West, sijn loop en dag-reis sluit; Als dat een opregt Man barst tot yet zinloos uit.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Parnassus aan 't IJ · Jan Zoet · Poetry Cove