Skip to content
1663

Parnassus aan 't IJ

Jan Zoet

Toe-Zang.

1. 't GAat qualijk, daar dees twee Niet eens zijn met elkander, Daar liefde, trou, en vree, Noit planten haren stander.

2. Gelukkig sien sy saam Haar huwlijx toors ontsteeken, Wanneer sich yder schaam, De liefdes knoop te breken.

3. Dan slijten sy haar jeugd, Den bloesem van 'er jaren, In blijdschap, en in vreugd, En roemen 't wettigh paren.

Lieft standtvastigh.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Parnassus aan 't IJ · Jan Zoet · Poetry Cove