Antwoord.
Bevrijd u selven staag, van 't dekkleed uwer zonden,
En jaagt dees blinde eeuw, in boosheyd, nimmer na,
Keert tot des Levens bron, u altijd eeven dra,
Eer dat gy onversiens word van de dood verslonden;
Een yeder die van 't jok des Satans is ontbonden,
Roem met een groot gejuyg de liefde Gods, en ga
Tot Christum, door de deugd in 't Heyligdom; ontla
Utonge van de last der bitse laster-monden.
Trekt u ten boezem uyt, den wortel van de doodt,
Op dat u ziele staat onwrikbaar voor een stoot;
Tis tijd voor dien, die nogh het leeven is gegeeven,
Gaat buygt u dan, bereyd ter needer voor Gods troon;
Op, op, trek aan, met my, het kleed van Godes Soon,
Dus krijgen wy, tot loon, het durend-durend leeven.
Fidem Spiro.