Gesang, Stem: O! Kers-nagt.
WAt is de Gierigheyt? gebroedsel
Uyt Phlegeton. VVat is haar voedsel?
Gestage min tot goed en schat.
Sy wil met Tantalus staagh suypen.
Maar hoe! het water gaat wegh sluypen.
't Is ydel na de vrught gevat.
O Plotae Soon! sie hier uw' Suster:
Sy heeft ans veel, s'is ongeruster
In al haar schat, als die niet heeft.
O Jovis Kind! zijt gy haar Vader?
O Phrygia! stop 's Konings ader;
Dat sulk een vrugt noyt door hem leeft.
Hy kan niet teelen dat gebroedsel.
Hy heeft wel veel, maar gans geen voedsel.
Hoe! Gierigheyt is geen lichaam,
Soo kond de Koning haar wel teelen
In 't sagend breyn. Nu komt sy speelen
Haar roll, met spaarsaamheyt haar naam.
O spaarsaamheyt! vermomde trony,
VVegh Masker-lap! kom hier! vertoon my
Uw' schimmel-achtig aangesicht.
Zijt gy dat! etter in de beenen,
Uw' bitse tanden baren weenen.
Uw' kluys gy van ellende sticht.
Schokt gy dus VVeeduwen en VVeesen?
Schiet gy uw' pijlen, door peesen,
Van menschen zeenuwen gemaakt?
Jaa ght gy de menschen in de graven?
Moet veel geschrey uw' vlammen laven?
Die vlam, die hels ten Hemel blaakt.
J.P. Beeldthouwer.