Skip to content
1663

Parnassus aan 't IJ

Jan Zoet

Antwoordt.

Toon: O Heer! aanziet doch, &c.

HEt Oog, Van God, gestelt om hoog, Om te aanschouwen, Daar wy op bouwen, Speelt vaak op ydelheid, En heeft de wijst verleid, Door lust tot Vrouwen. Het Oog, Den eersten mensch, bedroog, Die, door de loogen, En 't oog, bedroogen, Beet in de schoone vrucht, En bragt zich tot de vlucht, Door 't spel der oogen,

Het Oog, Daar het gezichte uyt vloog, Door heldre straalen, Dat heeft doen dwaalen David, als hy, tot moordt, En overspel bekoort, Raakte in veel quaalen. Het Oog, De wijste 't harte boog Van God te keeren, 't Welk ons moet leeren, Het oog altijd te slaan Van al dat ons mag schaên, Quetsen of deeren. Op dat Wy niet, van 't rechte pad, Licht dwaalen moogen, Door 't spel der oogen: Maar blijven wel bereid, Op 't pad der zaligheid, Door God getoogen.

Leeft vrolijk.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Parnassus aan 't IJ · Jan Zoet · Poetry Cove