Antwoord.
GY vraagd met dese vraag, verscheyden diepe vragen, En wijst ons d'antwoord an: ô soete Meulenhof. Gy noemd een Christ'lijk Man. wie kan oyt God behagen Als hy, die Christ'lijk is? dus toond gy ons de stof. Joan. 10.27 1. Pet. 2.21. Die ware Christ'nen zijn, doen waarheyts werken blijken: Wanneer sy hem in Leer, en Wandeling gelijken.
Gen. 3.16.17 De huys-zorg, is den Man des huys-gesins bevolen: Een plicht, die sijn gesacht en heerschappy verseld. Wie Christus volgd, die sal niet in sijn wegen dolen: Mits God, hem tot een licht, en leydsman, heeft gesteld. Die niet versorgd, en voed, sijn eygen huys-genoten, Is erger, als een, die 't geloove heeft verstoten.
Een op-recht Christ'lijk Man (te vooren on-gewesen) Mat. 6.33. Deut. 11.19. Prov. 12.24. Die 't Koningrijke Gods, voor alle dingen soekt: Sijn huysgesin voor-gaat: haar leerd den Schepper vresen: En sich in sijn beroep beneerstigd: en verkloekt Hem, yeder (na sijn Macht) 't bescheyden deel te geven: Mach wel vernoegd met God, en by de menschen leven.
1. Pet. 4.11. Sijn Gods-dienst, na Gods woord (niet na een eygen waning) Moet zijn (in yver en op-recht) het eerste werk; Deut. 4.9.10. Deut. 6.7. Om 't heele huysgesin, door leering, en vermaning Steeds in te scherpen. en (gelijk een Son) het swerk Van 's werelds ydelheyt, met raad, en daad verdrijven. Ook als een ander valt (vast staande) trou te blijven.
Sijn Plicht, an 't huysgesin is, 't selfde te versorgen. 't Beroep moet eerlijk zijn, dat hem de winning geeft.Prov 1 [..] 4. Prov. 11 [...] Prov. 13 4 1. Pet. [...] Col. [...] 1 Cor [...]. Eph 5 [...] Sijn vlytigheyt, in 't werk, kan 't huys, van daag, en morgen, Verrijken, schoon hy hier niet meer als heden leefd. Sijn Huys vrouw, moet in Eer, en aansien by hem woonen: Haar by-zijn, sal sijn lust, met Min, door liefde kroonen.
Sijn kind'ren, moet hy doen (als vette Olijf-planten) Op Sion, op den berg: in 't huys des Heeren staan.Gen. 15.19. Deut. [...] Psal. 144. [...]. Col 4 1. En blinken, voor Gods volk, als held're-diamanten: Wanneer sy, anderen (in Tucht) te boven gaan. Sijn dienst-boôn, moeten voor den dienst, haar Recht genieten, Haar Swakheyt, sal hem noyt (in 't onderwijs) verdrieten.
Soo kan hy (door 't geloof in Christo) God behagen.Heb. 11 Soo mach hy 't huysgesin vernoegen: en geen Reên, Of Oorsaak, geven tot misnoeging, noch tot klagen: Hy heeft het Recht vernoegd: al is men niet te vreên. Want niemand, kan het Job; en David billijk wijten: Schoon sy 't misnoegd gesin, met dulding, mosten slijten.
Wie sal dan Achab, om sijns Wijfs vernoeging prijsen?1. Sam. 1.[...].29. Iud. 14.1[...] Iud. 1[...].1[...] Deut. [...]. Ier. 6. 1[...]. Mat. 11.[...] 1. Ioan. 1.3.4 Droech Simson niet den hoon? en Eli niet de smaadt? Mits, dat sy Gode, self geen volle-eer bewijsen: Wanneer sy 't huysgesin vernoegen: in het quaadt. Dies, moet een Christ'lijk Man, na-jagen Christi wetten: Om God, en sijn gesin vernoegd, en neêr te setten.
Maar, kan het schepsel, wel den Schepper vergenoegen?Esa. 11.4.1.8.10. 1. Pet. [...]. 2. Cor. [...]19. 1. Ioan. 4.1. Ioan. 1.1[...]. Col. 2.9.[...]. Rom. [...].14.15.16.18. 'k Segg' Ia: soo men de Reên (met reden) vatten wil. Die Christus tot een steun, en borge heeft, in 't voegen, En in 't Voldoen van Schuld: en eynding van 't geschil, Vernoegd God. en versoend hem selven door sijn voorspraak. Die 't Al in allen is: en vreed', en volheyts oorsaak.
Doch soo men hier den mensch, als sondig (en gevallen In Adam) wil ansien? 'k segg' Neen. wie dat het vraagd. Hy heeft niet anders, als een waan: om mee te brallen.Psa. 71.1[...] Een vyandschap met God: die hem gansch niet behaagd.Rom. [...]. 't Is Vleesch wat uyt het vleesch, natuurlijk is gebooren.Ioan. 3.[...]. En door de sonde doodt, verdurven, en verlooren.Eph. 2 1.[...].
Wie dan, uyt lout're-gonst des Scheppers, is herschapen:Ioan. [...]. Gal. 6.1[...]. Rom. [...] Eph. 6.11. Rom. [...].11. Rom. 5.[...]11. Heb. 11.[...]. Rom. [...]. 2. Cor. 5.18.19 Col. 1.20. 1. Ioan. 4.10. En met een waar Geloof (gewrocht door 't woord, en geest) Geharnast word: als met een beukelaar, een wapen: Dat hy geen vyand, maar sijn God (als Vader) vreest: Vernoegd Hem: door het werk des Mid'laars, wiens voldoening An 't kruys verworven heeft, een eeuwige-versoening.
Cookies on Poetry Cove