Toe-sang, op 't voorgaande,
Stem: O Saligh heyligh Bethlehem.
DE Vrouw wiens hart na vreede haackt,
Besproeyt Godt met sijn milden zegen,
En hy oock voor die ziele waackt,
Die gramschap vlied, en quade wegen.
Geluckigh is een oprecht Man,
Die tot sijn deel een vreedsaam Vrouwe
Verkregen heeft; en nooit daar van
Geen smaat ontfangt, gewenste trouwe.
Of schoon geen Nijt de deugd vergramt,
Des Vrouwen toorn en donder-vlagen,
Een vroom Mans ziel, doch echter schramt,
Sijn geest bedroeft, en 't hart doet klagen.
In Verbo Spero.