Skip to content
1663

Parnassus aan 't IJ

Jan Zoet

Toe-sang, op 't voorgaande,

Stem: O Saligh heyligh Bethlehem.

DE Vrouw wiens hart na vreede haackt, Besproeyt Godt met sijn milden zegen, En hy oock voor die ziele waackt, Die gramschap vlied, en quade wegen. Geluckigh is een oprecht Man, Die tot sijn deel een vreedsaam Vrouwe Verkregen heeft; en nooit daar van Geen smaat ontfangt, gewenste trouwe.

Of schoon geen Nijt de deugd vergramt, Des Vrouwen toorn en donder-vlagen, Een vroom Mans ziel, doch echter schramt, Sijn geest bedroeft, en 't hart doet klagen.

In Verbo Spero.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Parnassus aan 't IJ · Jan Zoet · Poetry Cove