Gebed: op de selfde stof.
Stem: Schoonste Nimphje van het Wout.
1.
GEef my, ô getrouwe God,
't Hoogste-let:
Dat ik mach in u gelooven:
Houdt mijn harte onbesmet,
Na uw Wet:
Laat my noyt daar van berooven.
Neem het steenen-hart van my,
Dat ik (vry
Van de dienstbaerheyt der sonden)
In uw Vriendschap mach bestaan:
Niet door waan,
Maar door waarheyt, Vriend bevonden
Gun my deel an Christi bloed:
Mijn gemoed
An sijn suyvere-voldoening.
Schenk my 't onverdiende erf:
Eer ik sterf,
Sijn gezeegende-versoening.
Heer! die my geschapen hebt:
'k Bid' herschept
My: en geef mijn ziel bequaamheyt,
U te dienen, nacht en dach:
Dat dit mach
Zijn mijn lust, en aangenaamheyt.
Geef dat ik mijn Leevens tijd,
Steeds verslijt,
In 't betrachten van uw waarheyt.
Tem mijn vleesch, door uwen Geest.
Heere weest
My, een licht, een volle klaarheyt.
Grijp, en ruk my uyt het vuur,
De Natuur,Eph. 1.3.4.
En de Weereld, en den Vyand.
Reyk my (in mijn hoogste nood,
In de dood)
Doch u Vaderlijke by-stand.
Jacob Steen-dam.
Noch vaster.