Skip to content
1663

Parnassus aan 't IJ

Jan Zoet

Gebed: op de selfde stof.

Stem: Schoonste Nimphje van het Wout.

1. GEef my, ô getrouwe God, 't Hoogste-let: Dat ik mach in u gelooven: Houdt mijn harte onbesmet, Na uw Wet: Laat my noyt daar van berooven. Neem het steenen-hart van my, Dat ik (vry Van de dienstbaerheyt der sonden) In uw Vriendschap mach bestaan: Niet door waan, Maar door waarheyt, Vriend bevonden Gun my deel an Christi bloed: Mijn gemoed An sijn suyvere-voldoening. Schenk my 't onverdiende erf: Eer ik sterf, Sijn gezeegende-versoening.

Heer! die my geschapen hebt: 'k Bid' herschept My: en geef mijn ziel bequaamheyt, U te dienen, nacht en dach: Dat dit mach Zijn mijn lust, en aangenaamheyt. Geef dat ik mijn Leevens tijd, Steeds verslijt, In 't betrachten van uw waarheyt. Tem mijn vleesch, door uwen Geest. Heere weest My, een licht, een volle klaarheyt. Grijp, en ruk my uyt het vuur, De Natuur,Eph. 1.3.4. En de Weereld, en den Vyand. Reyk my (in mijn hoogste nood, In de dood) Doch u Vaderlijke by-stand.

Jacob Steen-dam.

Noch vaster.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Parnassus aan 't IJ · Jan Zoet · Poetry Cove