Rechtmatig Oordeel. aan Tewis Dircxsz. Blok.
NAardien mijn vraag alleen niet ziet,
Op 't geen de Vroome ziel geniet,
Wanneer zy uit het lichaam scheid,
En rust geniet in eeuwigheid;
Maar hoe den Mensch hier op de aardt,
Als lijf en ziel noch is gepaart,
En, in deeze ongestuyme zee,
Vol onrnst, harten-leet en wee,
Moet swerven zonder hulp of raad
Te vinden, om, uit zulk een quaad,
Tot in de Zoete-rust te gaan.
Zo vind ik my hier in voldaan.
En nademaal dat ghy, mijn vriend, de naaste zijt,
Zo heeft Apollo u den Lauwer toe gewijt:
Ontfang'er, tot een pronck, in spijt van nijd en tooren
En laat uw vlugge geest, al zingende, ons weer hooren.
Jan Zoet Amsterdammer.