Sang-vaarsen: op de selfde stof, an de Ouders.
Stem: Astrea lieve Maagd. &c.
1. GY, die in uwen tijd, Van God beschonken zijt, Met Kind'ren: eygen Lichaams Zaad: Tot bouwing, van u huys, en Staat: Soo leerlijk, soo eerlijk, Soo vroom van sin, Hoe groot is uw gewin? Uw zeegen, verkreegen, Gaat boven het begrip, van uwe min. Bedenkt uw vleesch, en bloed: Hoe gy dat koest'ren moet. Hoe gy dat leyden moet ter deugd: De poorte van de hoogste vreugd: Haar sinnen, verwinnen, Door deugdsaamheyt: Door Christelijk beleyd. Haar leeven, te geeven, Een voorbeeld; dat haar van de ondeugd scheyd.
Maakt haar noyt moedeloos, Verbitterd, hart, en boos: Door al te streng, en straffe hand: Gelijk een wreede Dwingeland. U lieden, gebieden, Moet zijn met Reên: Tot tucht, en goede zeên, Geduurig, en vuurig, Tot God (voor haar welvaren) in gebeen. 't Zijn eed'le Schepsels Gods. Soo gy die (wreed en trots) Mishandeld, tot haar ongeval: Gedenkt dat u, haar Schepper, sal Weer straffen. en schaffen (Voor dese saak) An u, een harde Wraak. Een plaging, een knaging: Verselschapt, met een suur', en bitt're smaak. Steund niet, op al het goed, Dat gy haar jonkheyt doet. U Ouders hebben 't u Gedaan: Sy zijn u hier in voor-gegaan: In giften, in driften, In liefd, en trou: Meer, als men wenschen sou. 't Is wijslijk, en prijslijk, Dat men sijn Plicht voldoet: 't zy Man of Vrou.
Col. 3.21. Gy Vaders, en tergd uwe kinderen niet: op dat sy niet moedeloos en worden.
Eph. 6.4. Gy Vaders en verwekt uwe kinderen niet tot Toorne, maar voedse op, in de leeringe en vermaninge des Heeren. Jacob Steen-dam.
Noch vaster.
Cookies on Poetry Cove