Skip to content
1663

Parnassus aan 't IJ

Jan Zoet

Eer-Versen Aan den Kunst-en-Geest-rijken Rijm-dichter Jacob Steen-dam.

Over sijn voortreffelijke en wel-gestelde Antwoord op de zelve Vraag. Tot dankbaarheyt toe-gepast.

NOg vaster is uw' woord, nogh vaster zijn uw' digten, Nog vaster is de zin, die ghy tot antwoord geeft, Ghy weet u kunstig rijm, zoo na de kunst te stigten, Dat zelf Minervâs kunst door uwe verzen leeft, Wijl dat uw geestig werk, verbeeld uw dapp're kennis, Het wijs vernuft des Mans, is eeven als sijn pen,, is.

Mijn ziel die nimmer zogt, of haat, of nijd te voeden, Veel min (God ken mijn hart) aan d'Ouders Reeden gaf,Verstaat zoodanige reeden om een onverzettelijken haat te verwekken. Beschouwd de hoogmoed aan, en 't opgeblaazen woeden, Van een u wel bekend, die my hier schilderd af, Als dat ik hem benyd, en 't zijn versierde zaaken, De nijd soekt met haar vuyl, een ander vuyl te maaken.

Vergunme dan dat ik in 't kort, voor u verdeedig. Mijn Regt, op dat men zie sijn inge-beelden waan. Ik die met yeder mensch, zoek stil, gerust, en vreedig Te leeven; dulde graag, sijn laster-tong, en smaân, En denk hy moet zigh zelf, of my, of and're schenden, Een war-ziek mensch, die kan 't op alle boegen wenden.

Nooyd heb ik my getoond, aan hem, of and're nijdig, Nogh in, nogh uytterlik, zoo veel my is bekend, Alleyd hy 't my ten last, sijn reeden zelfs zijn strijdig, En dubbel-hartig, die hy tot sijn voordeel wend, Zoo hold sijn hollend paard; naa eygen wil, én wenschen, Was 't liegen daag'liks brood, spijsde duyzend menschen.

Ik haat niet sijn persoon, maar! haat sijn haatig haaten,Rixtel in sijn antwoord, Reegel 37. Dit zijn, sijn eygen reên; 't is meesterlik gezeyd, Mijn ongesleepe tong, weet geen Latijn te praaten, 't Geen 't ongeleerde volk ligt in een dool-hof leyd, Maar spreekt mijn Moeder-taal, die in sijn zin bevlekt,, is, Elk Voogel zingt sijn zang, en taal, naa hy gebekt,, is.

Heel anders is 't met u, ô Steen-dam, die uw stelling, Steld met oprechtigheyd, en zonder togten; want Indien uw hart, en ziel ging zwanger met die qwelling, Gy schreeft, gelijk hy schrijft. Sijn pen verbeeld de stand; Van sijn inwendigheyd: dit doet hem dan dus spreeken, Die vol gebreeken is, ziet alle-mans gebreeken.

Maar dogh! uw geest, en pen, qwam geestig uyt te beelden De Kinderlike pligt, als ook der Oud'ren wet, Wanneer uw antwoord dan my eerst voor d'oogen speelden, Zoo wierd mijn geest ontroerd, en stond als heel verzet, Wijl dat een middel-padt, getoond wierd door uw Reeden, Die onpartijdig spreekt, spreekt met bescheydendheeden.

Zoo word u dan de prijs, voor deez' tijd, toegeschreeven, Ontfang dit kleen geschenk, als tot een zeeker merk, Van mijne dankbaarheyd; wijl dat men u ziet streeven Op 't nieuw Parnas aan 't Y, beneffens 't kunstig werk Van and're Geesten, die de Poëzy beminnen, Men bouwd dan Helikon, best door gesleepe zinnen.

Ik roem dan Steen-dams werk, en vander Laan, sijn zagtheyd, Die hy in 't rijmen heeft, en ook de Eed'le Geest Verhoek, die verz, voor verz, met zulk een sterken kragt, zeyd, Midts hy sijn verzen schoeyd, op een byzond're Leest. Gelijk als Bruno doet, de Fenix binnen Hoeren, Uyt schrand're harssens, word de wijs heyd zelf gebooren.

Ook liev' ik Rixtels kunst, sijn scharp gesleepen veeder, Is gansch doorluchtigh gaauw; wanneer sijn kloek verstand, Die wel gebruyken wil. Maar dogh! hy is heel teeder: Wijl dat hy ligt'lik blaast tot dat'et twist-vuur brand, Daar 't eerstmaal vreedig was; dogh: 't zal nogh wel verkeeren, De tijd, kan 't wijze breyn, nogh wijzer wijs heyt leeren.

Al lang genoeg geteemdDit zeyde Rixtel tegen my als ik hem efvergde het bewijs dat ik hem benijde., sey Rixtel; 't is de waarheyd, Ik dank u Steen-dam; wijl gy hebt mijn vraag voldaan, Ik wensch Apollo met sijn al-doorstraalb're klaarheyd, U lang beschijnen mag, en fiere Lauwerblaên, Wil vlegten om uw hooft, in spijt van die 't benijden, De nijd wil (in 't gemeen) eens anders eér bestrijden.

Elk speelt zijn Rol.

Karel Ver Loove.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.