De terugkomst.
Air: Il faut des epoux assortis.
Wanneer, naa lange afwezigheid,
En steeds vol teed're liefde-smarte,
Een Minnaar zich ten togt bereid -
Smacht na de liev'ling van zijn harte;
Dan smeekt hij aarde, zee en wind
Zijn wenschen spoedig te volmaaken,
Om bij het Meisje, dat hij mint,
Tiendubb'le zaligheên te smaaken.
En heeft hij voet aan land gezet,
De Min doet hem na 't Meisje spoeiën;
Zijn vuur neemt toe, van tred tot tred,
En doet hem 't bloed in de aad'ren gloeijen!
Elk klein beletfel, dat hij vind,
Doet hem gedurig sterker haaken,
Om bij het Meisje, dat hij mint,
Tiendubb'le zaligheên te smaaken.
In 't eind, ziedaar de blijde stond!
Hij mag haar in zijne armen sluiten,
De blijdschap kan hun beider mond
Niet één verstaanbaar woord doen uiten!
Zij schreit in de armen van haar' Vrind!...
Niets kan zijn heil nu meer volmaaken,
Nu hij bij 't Meisje, dat hij mint,
Tiendubb'le zaligheèn mag smaaken.