Skip to content
1801

Vriendenzangen tot gezellige vreugd

Jan Walré

De bron des geluks.

Geen heil is my beschoren! Waarom wierd ik geboren, Hy die 't leven mint is, dwaas. Hy die 't leven mint is dwaas. My is het tot een last tot een last He- laas! He - laas! Helaas!

Helaas!... waar zal ik vrinden, Waar ooit genoegen vinden! 't Is hier alles dof en droef! 't Is al vergeefsch wat ik beproef!

Echo: Beproef! beproef!

Beproef?... wat zal 't meer baaten Bij menschen, die 'k moet baaten? Wat blaast gij me, ô Echo! in? 't Is de eenzaamheid slechts, die 'k bemin.

Echo: Bemin! bemin!

Bemin?... kan ik beminnen? Mijn afkeer ooit verwinnen? 't Is, of mij de vreugd ontvlied, Terwijl een ander haar geniet.

Echo: Geniet! geniet!

Geniet?... zal ik naa deezen Daar voor nog vatbaar weezen? Baat de schijn voor mijn gekwel, Schoon ik mij vrolijk voordoe, wel?

Echo: Doe wel! doe wel!

Doe wel!... ja, 'k zal verwinnen, Genieten en beminnen! Wéldoen lenigt wrok en druk: Gij leert me, ô Echo! het geluk!

Echo: Geluk! geluk!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.