Ongedwongenheid.
Air: Que ne suisse la fougère.
of
der Andante No. 7. aus der dümme Gartner.
Volgen wij gerust, mijn Vrinden,
't Voetspoor, dat de vreugd ons biedt;
Stroef bedwang moge and'ren binden,
Waar men slechts in schijn geniet:
Komt men zaam zich gul verpoozen,
Waaröm schuuwt men scherts of zang?
Moet men voor zich zelf niet bloozen,} bis.
Waartoe dan een stijf bedwang?} bis.
Als, bij Feest of plegtigheeden,
De orde statigheid gebied,
Dan bedwingt men zich met reden,
Maar in gulle kringen niet.
Oud en jong moet zich verpoozen;
Bij de vreugd geld staat noch rang;
Moet men voor zich zelf niet bloozen,} bis.
Waartoe dan een stijf bedwang?} bis.
Laat geen schroom U dan toch boeijen!
Ongedwongen! Vrij! ô jeugd!
De ouderdom raakt nog aan 't gloeijen,
Op het zien van uwe vreugd!
Onschuld tooij zich vrij met roozen!
Gul vermaak is elks belang:
Moet men voor zich zelf niet bloozen,} bis.
Waartoe dan een stijf bedwang?} bis.