Skip to content
1801

Vriendenzangen tot gezellige vreugd

Jan Walré

Ongedwongenheid. Air: Que ne suisse la fougère.

of

der Andante No. 7. aus der dümme Gartner.

Volgen wij gerust, mijn Vrinden, 't Voetspoor, dat de vreugd ons biedt; Stroef bedwang moge and'ren binden, Waar men slechts in schijn geniet: Komt men zaam zich gul verpoozen, Waaröm schuuwt men scherts of zang? Moet men voor zich zelf niet bloozen,} bis. Waartoe dan een stijf bedwang?} bis.

Als, bij Feest of plegtigheeden, De orde statigheid gebied, Dan bedwingt men zich met reden, Maar in gulle kringen niet. Oud en jong moet zich verpoozen; Bij de vreugd geld staat noch rang; Moet men voor zich zelf niet bloozen,} bis. Waartoe dan een stijf bedwang?} bis.

Laat geen schroom U dan toch boeijen! Ongedwongen! Vrij! ô jeugd! De ouderdom raakt nog aan 't gloeijen, Op het zien van uwe vreugd! Onschuld tooij zich vrij met roozen! Gul vermaak is elks belang: Moet men voor zich zelf niet bloozen,} bis. Waartoe dan een stijf bedwang?} bis.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.