In de vijfde Vertooning
Ziet men den Heer van Paapekoop, nu Drost van Muide, met zijn rechte voet in de
ring op de Wy-steen: hy heeft de Trouw by de handt, en zijn slinke voet op 't hart van
Beveinstheidt. Voorzichtigheidt, Rechtvaardigheidt, Starkheidt en Maatigheidt,
voegen zich by de steen. Muide, Naarde en Weezop, elk met haar wapenwimpel in de
handt, betoonen zich vol vreugdt. Hier wordt hem, na 't veurleezen der veurwaarden,
van de Burgermeesters der drie Steeden, den eedt van getrouwigheidt afgenoomen. De
Burgers verschijnen in 't geweer. D'Y- en Amstelgooden leggen op de veurgrondt.
De Muider Slotvoogt zweert het veurrecht van de Steeden
Te hoeden voor geweldt, door dapperheidt en raadt.
Wie voor zijn veurrecht zorgt zoekt zeekerheidt door eeden.
Maar 't volk is weêr verplicht, tot welstant van de Staat,
Aan 't wettig hooftgezag in veurspoedt en gevaaren.
De steeden zijn niet dan door eendracht te bewaaren.