De zeste Schildery
Is het vreedeverbondt tusschen kaizer Fardenandt en koningin Kristina. Hier staat een
brandent outaar, dat door Neering, Rijkdom en Overvloedt bewaart wordt. Aan de
rechte zy, komt een waagen, daar zich Oostenrijk op vertoont; zy wordt van Bestandt
voortgetrokken: voor haar zit een gevleugelt kindt, dat het wapen van de Kaizer in de
handen heeft: de Vreede staat achter op. De zeven Keurvorsten helpen de raaden aan
't rollen. Hier op volgt Duitslandt met haar Bosch- Berg- en Akkergooden en
godinnen. Aan de slinke zy komt Zweeden op een waagen, die van d'Eendracht
voortgetrokken wordt: zy heeft de Vryheidt aan haar zy. Pomeren, Hessen en de Pals
geleiden haar. Hier achter ziet men de Wijsel, Weezer, Nekker, Oder, Donau, Rijn en
Elbe: deez' zijn bezig om Tweedracht, Bedrog, Geweldt, Moordt, Brandt en Schennis
met keetens aan elkander te sluiten. Het leeger leit de wapens needer.
Hier ziet men Oostenrijk en 't overstrijdtbaar Zweede:
De Liefde daalt omlaag en bindt hen, voor 't outaar
Der heilig' Eendracht, met de sterkebandt der vreede.
Men boeit de gruwelen des Oorlogs aan elkaâr.
Germanje dankt Kristin, die schut, noch trom wil hooren.
De Duitsche vreê is uit de Zweedtsche krijg gebooren.