In de zeevende Schildery
Ziet men Karel Gustaaf; hy heeft Jupiter, Mars, Merkurius en Herkules aan zijn rechte
zy; aan de slinke Gerechtigheidt, Voorzichtigheidt, Maatigheidt en Starkheidt. De
Koningin komt hem te moet met Juno, Apollo, Venus, Pallas en Diana: in d'eene
handt heeft zy een brief, die gescheurt is, om hem haar erfrecht tot de kroon, datze
hier door afstaat, op te draagen; met d'ander houdtze een sluier, daarze zes
gevleugelde kinderen meê aan elkander gestrikt heeft: deeze reiken, op haar bevel, aan
de Koning de kroon, schepter, Rijxappel, zwaardt, mantel en sleutel. Zweeden,
Gotlandt, Finlandt, Laplandt, voegen zich aan d'eene zy by de Rijxraaden: aan d'ander
ziet men de Bosch- en Berg- en Akkergooden en godinnen, die hier verschijnen, om
die willige overdragt van 't Rijk te zien. het grimmelt overal van Burgers en
Soldaaten.
Gustaaf ontfangt de kroon van d'eelst' der Koninginnen.
Wie vyanden verwint betoont wat hy vermagh:
Deez' kan haar vyanden en ook zich zelf verwinnen.
Zoo ziet men dat de zon, die 't albeziet, nooit zagh.
Wegh Staatzucht, die uw bloedt om kroon en staf durft waagen.
De Wijsheidt wil geen goudt, maar lauwerieren draagen.