In de darde Vertooning
Vertoont zich Neederlandt: het heeft Eendracht en Starkheidt aan haar rechte,
Vryheidt en Vreede aan haar slinke zy. Geweldt en Roovery, die veur haar zetel
knielen, worden van Krijgstucht aan elkanderen geboeit. De Gooden van de Rijn,
Maas, Ysel, Vecht en Zuiderzee, vertoonen zich op de zijden van de veurgrondt. Hier
wordt den Heer van Paapekoop, door Neederlandt, met het standertdraagerschap te
paardt beschonken. Pallas belooft hem door raadt, en Mars door dapperheidt beroemt
te maaken.
Hier ziet men Vlooswyk door Vulkaan in staal geklonken:
Mars geeft hem d'oorlogsvlag, en Pallas krijgsbeleidt.
Wie 't Landt zal dienen moet met dubble krachten pronken.
Zijn blonde hair bedekt een grijze schranderheidt;
Zijn boezem, zacht van aart, een hart vol dapperheeden.
Wie wijs en moedig is beschermt het recht der steeden.