In de vijfde Schildery
Zit de Koningin op een waagen die met wapens van verwonnesteeden versiert is; zy
wordt van de Zeege, die achter haar staat, met lauwerieren gekroont: de Vryheidt zit
voor. Gerechtigheidt, Voorzichtigheidt, Maatigheidt en Starkheidt trekken de waagen:
de Tijdt heeft de toomen in de handt. De
Faam vliegt voor uit, en blaast de Zweedtsche overwinning. De Wijsel, Weezer,
Nekker, Donau, Oder, Rijn en Elbe zijn met keetens achter aan de waagen geslooten.
Bedrogh, Geweldt, Moordt, Brandt en Schennis leggen onder de raaden. De
Overwonne steeden knielen. De Krijgshoofden en Soldaaten betoonen zich vol
vreugde.
Kristina toont zich op haar Vaaders zeegewaagen.
Zy sleept de Donau en de Rijn gekeetent meê.
Hier leit Bedrog, Geweldt en Moordery verslaagen.
De Faam verbreit haar lof. De Steeden die de sneê
Van 't slaghzwaardt voelden, zijn voor haar ter aardt geboogen.
Zoo toont een vrouwehandt een mannelijk vermoogen.