Skip to content
1671

Alle de gedichten. Deel 2

Jan Vos

De achtste Schildery Is op 't strandt. De Koningin gaat met Apollo, Pallas, en Merkurius scheep: zy wordt van de Koning en alle de Rijxraaden geleit. Zweeden, Gotlandt, Finlandt, en Laplandt ziet men, om haar vertrek, treuren. De Bosch- en Berg- en Akkergooden en godinnen volgen haar tot aan de zee. De Wijsel, Weezer, Oder, Beldt en al de stroomgooden en godinnen, borlen van de grondt op, om het schip, daar Kristina in is, veiligh door de baaren te

stieren. Eoolus drijft zijn stormwinden en buien, met keetens geboeit, in zijn yzere rots. De Gemeente en Soldaaten wenschen haar behoude reis.

Kristina gaat naar 't strandt om overzee te vaaren. De Koning, 't heir en 't volk geleiden haar aan boordt. De Stroomgoôn borlen op en dobbren op de baaren. Elk wenst dit groot vernuft t'ontfangen in zijn oordt. Zoo zoekt de goude klaauw de diamant t'omvatten. De schat der Wijsheidt schat men meer dan alle schatten.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.