In de tweede Vertooning
Laat zich de Kaizer op een troon van goude aarenden zien; hy heeft de zeeve
Keurvorsten aan zijn zijden, en drie geboeide Turken onder zijn voeten. Atlas en
Herkules staan aan de rechte, Heerschappy en Eeuwigheidt aan de slinkkehandt.
Euroope, dat de Doonau en Rijn by zich heeft, bekleedt de veurgrondt. Hier wordt den
Heer van Paapekoop van de Kaizer Ridder van 't Heilig Roomsche Rijk geslaagen, en
van een Heerout de bezeegelde veurrechtbrief gegeeven.
De wakkre Paapekoop, in 't bloeienst van zijn daagen,
Wordt van de Duitsche Vorst het heerlijk Ridderschap
Van 't Heilig Roomsche Rijk met veurrecht opgedraagen.
Een eedelmoedig hart beklimt de hoogste trap:
't Verlost d'onnoozelen uit klem van wreede banden.
De Ridders draagen 't zwaardt tot schrik der dwingelanden.