In de vierde Schildery
Ziet men de Koningin op Parnassus; zy is van de Negen Muzen en andere Eedele
vernuften verzelt. Hier wordt zy van Apollo, Pallas en Merkurius in alle Staatnoodige
en doorluchtige weetenschappen onderweezen. Zweede, Gotlandt, Finlandt en
Laplandt, die haar op deeze plaats ter school brochten, koomen hier, van Mars en
Herkules geleit, met alle de Rijxraaden, deeze brengen haar de kroon, schepter,
Rijxappel, zwaardt, mantel en sleutel. Op de voorgrondt staat een heerout en leest
haar, uit een oude brief, het erfrecht voor, dat zy tot de kroon heeft. In 't verschiet ziet
men een heldere wolk daalen, daar zich d'oude Koningen van Zweeden in vertoonen,
om Gustavus in den heldenhemel op te trekken.
Kristina toont zich hier in 't school der schranderheeden.
Zy is by Pallas en Apollo uitgeleert.
De Rijxraân brengen haar de kroon en staf van Zweeden.
Gustavus, die zijn landt met zeege heeft vereert,
Begeeft zich in een wolk by zijn vergoode maagen.
Zoo rijt men naar 't gestarnt op Gotlandts heldenwaagen.