186. Aan den E. Heer B.J.
De neege Muzen, die de wakkerheidt beminnen,
Zyn dikwyls op Parnas, door Pallas afgepaalt:
Maar gy ontsluit, wanneer gy landtwaarts aassem haalt,
Uw neegen hofsteên voor de neege Zanggodinnen.
De geest der kunsten eist een onbepaalde lucht.
Hier wordt uw ganseschacht door poëzy bevrucht,
Die zy in d'ooren stort door hulp der Zanggodessen.
Wie dat de wysheidt eert heeft deel aan wyze lessen.