In de tiende Vertooning
Zit Neederlandt op een troon, die van ankers, kabels, zeilen, vlaggen en
scheepswapens door elkander gevlochten is; Mars zet haar een helm op 't hooft daar
een schip op staat: Pallas geeft haar een speer, daar de Vreede, door hulp van vloedt,
twee vrucht hoorens aanstrikt: Merkurius, die de Neering by zich heeft, reikt haar zijn
scheepsroer: de zeven Neederlanden, die om haar zeetel staan, worden van
d'Eendracht met een rooden sluier aan elkander gehecht: de Vryheidt staat in 't
midden. Gerechtigheidt, Voorzichtigheidt en Kracht worden van het Zevental omhelst.
Juno, die de Rijkdom op haar waagen heeft en Bacchus die van Satyrs voortgetrokken
wordt; koomen met Ceres en Pan den troon naaderen. Apollo en de Muzen zijn
beezigh om hun verwoeste Parnas te herstellen. Neptunus, en al de Zee- en
Stroomgoden en godinnen betoonen zich vol vreughde. De Landtschappen, die in het
Zuiden, Noorden, Oosten en Westen door de Staatsche wapens verwonnen zijn,
koomen hier wetten ontfangen.
Hier ziet men 't Vrye landt: haar Zeven oorlogsleeden
Verschijnen, yder met haar deugden, voor haar troon,
De groote Zuid' en Noord' en Oost' en Westersteeden,
Die zy door wapens dwong, ontfangen hier geboôn.
De dpeer bewijst dat zy in Vreê noch op wil passen.
De Wakkerheidt behoedt de landen voor verrassen.