156. Zeekere geleerde met een roodt aangezicht.
Gys heeft, dit is wat vreemts, zeit Jan, een yzre kop:
Hem heugt van d'oude tydt, van bouwen en verwoesten.
Hy heeft een yzer hooft, ik kan 't wel zien, zeidt Fop:
Want Gys begint alreê in 't aanzicht te beroesten.