Skip to content
1662

Alle de gedichten. Deel 1

Jan Vos

Aan de Wel-Eed. Eed. Groot-achtbare Heeren Joan Huidekooper, Ridder, Heer van Maarseveen, &c. Kornelis van Vlooswyk, Heer van Vlooswijk, Diemerbroek en Papenkoop, &c. Kornelis de Vlaming van Outshoorn, Ridder, Heer van Outshoorn en Gnephoek, &c. Mr. Andries de Graaf; Regeerende Burgermeesteren der Stadt Amsterdam: En d'Ed. d'Eed. Heeren Dr. Geeraard Schaap, Heer van Kortehoef, &c. Dr. Kornelis Witsen, Oudt-Burgermeesteren en Thresaurieren der zelve Stadt; Worden de Beschrijvingen der Vertooningen op de Staatcywagens toegeëigent door Harer Wel-Eed. Eed. Gr. Achtb. allerverplichtste dienaar Jan Vos. D'eerste Staatcywaagen Is met de wapens van de zeeven oudtste steeden der vrye Neederlanden behangen. Neederlandt, dat niet van Engelandt, maar met Engelandt het geweldt der godtvergeete en meineëdige schelmen heeft moeten lyden,vertoont zich hier zelf met haar wapenstandert. De Voorzichtigheidt die zy voor haar heeft zitten, omhelst een roode pilaar, daar een goude leeuw op staat, die in zyn rechte klaauw het zwaardt van de Vryheidt, in de slinke de pylen van d'Eendracht vertoont. De Wakkerheidt, die haar hooft met een helm, daar een haan op zit, bedekt, staat achter met uitgespreide vleugels, en heeft een brandende fakkel in haar handt. Op de voorste bank ziet men de Dapperheidt; haar helm is met een lauwerkrrans versiert: de Moedeloosheidt leit onder haar voeten.

Het Huis van Stuart komt zich aan het Y vertoogen. Zoo raakt men, door zyn deugdt, naa 't sterven uit zyn graf. De Doodt heeft op de faam der Vorsten geen vermoogen. Elk draagt haar 't erfrecht op van kroon en goude staf. Het vrye Neêrlandt juicht nu 't Karel in mach haalen. Een uitgelaate vreugdt is quaalyk te bepaalen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.