In de negende Vertooning
Daalt de Vreede uit de Hemel; zy heeft Neering, Rykdom en Overvloedt aan haar
rechte zy, de zielen van Tromp en van Galen aan de slinke: deeze Helden worden van
Mars en Pallas met scheepskroonen, die van starren blinken, gekroont. Apllo en de
negen Muzen zingen en speelen haar oorlogsdaaden. de Vryheeden, elk van zijn
Landtschappen omheint, bzweeren het vreedeverbont. Juno klimt op haar waagen;
Bacchus op zyn wynvat; Merkurius verwisselt zyn staf voor een scheepsroer. Ceres
versiert haar pruik met koorenaären; en Pan met gras.
De zeekryg wordt in zee gedompelt door de Vreede;
Zy daalde nit uit 's hemels troon met haar gevluchte rey.
De Vryheên komen hier elkander tegen treeden.
't Is veiligh op de vloet. Men wraakt het moordtgeschrey.
Wie beurz' en havens heeft laat zich van vreughde hooren.
Waar dat de Vre verschijnt wordt d'Overvloedt herbooren.